Mu.ZEE in Oostende wordt grootschalig gerenoveerd en sluit ruim drie jaar de deuren, maar onzichtbaar zal het museum niet zijn. De Brakke Grond organiseert drie jaar lang jaarlijks een tentoonstelling in Amsterdam met hedendaags werk uit de collectie. “In Belgische kunst zit meer poëzie dan in de Nederlandse.”
Dat de Brakke Grond een podium gunt aan Mu.ZEE past volgens artistiek medewerker Sophie Dogterom bij haar functie als bruggenbouwer en promotor van Vlaamse cultuur. “Oostende is zodanig ver van Amsterdam dat de meeste van onze bezoekers Mu.ZEE nog niet kennen.”
En dat terwijl het Oostendse museum om meerdere redenen een bezoekje waard is. Allereerst vanwege het gebouw. In een vorig leven deed het museum namelijk dienst als warenhuis. Het gebouw aan de Romestraat was het hoofdkwartier en de belangrijkste vestiging van de coöperatieve organisatie (De Coo) SEO: Spaarzaamheid Economie Oostende. Het werd in 1948 ontworpen door Gaston Eysselinck, die ook tekende voor het lokale postkantoor dat tegenwoordig dienst doet als cultureel centrum De Grote Post. Eysselincks creatie is het toppunt van functioneel modernisme. De enorme gebogen glasgevel zuigt het daglicht bijna naar binnen, waar twee open verdiepingen worden verbonden door een dubbel trappenhuis en pakketbootachtige balkons aan weerszijden.
Hier konden ambtenaren met een zogeheten stamnummer van alles kopen: van blikvoedsel, jurken en radio’s tot steenkolen, benzine en speelgoed. Duizenden Oostendse gezinnen waren van De Coo afhankelijk. De winkel was ook een geliefd werkgever voor ongetrouwde jonge vrouwen, die mamzels werden genoemd, een West-Vlaamse verbastering van mademoiselles.
In 1981 ging SEO failliet en vijf jaar later nam het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst zijn intrek in het gebouw. Later vond ook de collectie van het Oostendse Museum voor Schone Kunsten onderdak in het oude warenhuis en vanaf 2008 gingen de gefuseerde organisaties verder als Mu.ZEE.
De basis van de collectie is gelegd door Willy Van den Bussche (1942-2013), die in Nederland minder bekend is, maar in eigen land ook gezien wordt als een kunstpaus. Hij werd in 2007 opgevolgd door Phillip Van den Bossche, die duidelijk een meer avant-gardistische koers volgde. De nadruk kwam te liggen op hedendaagse kunst met een highbrow inslag en focus op diversiteit en dekolonisatie. De tentoonstellingsfrequentie werd flink opgevoerd, tot wel zes, zeven presentaties tegelijkertijd.
Om dat mogelijk te maken werden architectonische ingrepen gedaan die de oorspronkelijk zeer open ruimte langzaam maar zeker lieten dichtslibben. De balkons werden dichtgemetseld, net als de raampuien aan de achterkant. De monumentale betonnen trappen en andere delen van het open skelet werden bekleed met witgeschilderde mdf-platen. En de grote ruimtes werden vol gezet met kabinetjes. Het museum veranderde gaandeweg in een doolhof waar het vooral prettig dwalen was voor ingewijden. Dat moest anders en daarom werd een plan gemaakt om het gebouw in 2025 eens goed aan te pakken.
Wie dat wil, kan tijdens de verbouwing terecht in de vroegere apotheek van het warenhuis, die naast de nieuwe dienstingang zit. Daar is het werfboek van Suchan Kinoshita te bekijken. In het kader van de zogenaamde percentageregeling – één procent van de bouwkosten wordt aangewend voor een kunstopdracht – houdt zij tijdelijk atelier in de niet voor publiek toegankelijke tentoonstellingsruimte aan de Gentstraat. “Ze gaat aan de slag met het museumteam, andere kunstenaars, de collectie, het publiek. Er zullen dus ook publieke momenten zijn”, vertelt Ilse Roosens, curator bij Mu.ZEE, over de recente winnaar van de prestigieuze Belgian Art Prize.
Als Mu.ZEE in de loop van 2028 heropent, ligt er waarschijnlijk ook een nieuw collectieboek. Dat past bij de nadruk die het museum in de toekomst wil leggen op de achtduizend werken in eigen bezit, die een dwarsdoorsnede vertegenwoordigen van anderhalve eeuw kunst in België.
“Het begrip ‘kunst in België’ is een geografisch gegeven, maar niet zuiver identitair. Ook buitenlandse kunstenaars die een rol spelen of hebben gespeeld in België maken deel uit van de collectie en het tentoonstellingsbeleid”, stelt Roosens. “Het oudste werk in de collectie dateert van 1821, maar we beschrijven ons aandachtsgebied altijd als ‘1880 tot heden’. Dat eerste jaartal is symbolisch gekozen: toen begon de carrière van James Ensor, een sleutelfiguur in de Oostendse kunstscene.”
Maar Mu.ZEE durft ook spannend hedendaags werk aan de verzameling toe te voegen. Zoals Virgy’s Boutique van Angyvir Padilla. Het werk bestaat uit een installatie die vergezeld gaat van een performance – de eerste performance die het museum in haar collectie heeft opgenomen. “Het werk gaat over een verlangen naar iets wat je wilt bewaren maar wat er niet meer is”, vertelt de curator van de eerste Mu.ZEE-tentoonstelling in de Brakke Grond in 2025, Suzanne Wallinga (directeur Museum Cobra). “Ik vind het een mooi voorbeeld van hoe Belgische kunst verschilt van Nederlandse. Er zit meer poëzie in en er worden verschillende dimensies uitgediept. Dat heeft misschien iets te maken met het historisch bewustzijn dat bij de Belgen beter ontwikkeld is en zorgt voor een andere omgang met kunst. Ik merk het nu met Cobra. In Nederland wordt de stroming gezien als een afgesloten kunsthistorisch moment. In België wordt die kunst van vlak na de oorlog verbonden met langere lijnen in de tijd en het heden. Die verbondenheid voel ik ook in de collectie van Mu.ZEE.”
Tijdens de verbouwing werkt het museum actief aan zijn publieksbereik door zichtbaar te zijn op verschillende andere locaties. In de Venetiaanse Gaanderijen op de Oostendse dijk worden collectiepresentaties georganiseerd en gunt een depotopstelling het publiek een kijkje achter de schermen. Ook in het FeliX Art & Eco Museum in Drogenbos bij Brussel zijn stukken uit de Mu.ZEE-collectie te zien. En dan is er dus ook de Brakke Grond.
What Cannot Be Held was de eerste van drie Mu.ZEE-tentoonstellingen waar de Brakke Grond iedere keer een andere Nederlandse curator voor uitnodigt. “We kozen Suzanne (Wallinga, red.) vanwege haar performanceserie Time Crystals en het maatschappelijk geëngageerde programma dat ze neerzette bij de kunstorganisatie A Tale of a Tub in Rotterdam”, zegt Sophie Dogterom, die het programma van het Vlaamse cultuurhuis omschrijft als “interdisciplinair en verkennend, van de nieuwste fotografietalenten tot de recente ontwikkelingen op het gebied van geluidskunst”.
De komende jaren vraagt de Brakke Grond elk jaar een nieuwe curator, die elk met diens eigen blik en achtergrond in de collectie van Mu.ZEE duikt, en op die manier verschillende verhalen daaruit zal destilleren. Om de collectie breder te introduceren, ontwikkelt de Brakke Grond samen met de curatoren programma’s voor verschillende Nederlandse en Amsterdamse samenwerkingspartners.
Een eerdere versie van dit artikel verscheen in mei 2025 in Vlaams-Nederlands cultuurtijdschrift de lage landen.