Beeldende kunst 
22 mei 2021

Kroongetuigen: Berlinde De Bruyckere

40 jaar de Brakke Grond

Wie kan het verhaal van de afgelopen vier decennia van de Brakke Grond beter vertellen dan de makers en kunstenaars die ons huis tot in de kieren vulden en vullen met theater, dans, muziek en beeldende kunst. Zij vormen de Kroongetuigen van 40 jaar de Brakke Grond.

Het komende jaar publiceren we een serie verdiepende gesprekken met deze kunstenaars, over hun werk en hun persoonlijke relatie met de Brakke Grond. Zo komen de afgelopen 40 jaar tot leven via hun verhalen. Tijdens een groot festijn op 20, 21 en 22 mei 2022 presenteren we een speciale publicatie waarin ook deze interviews zijn opgenomen.

Het eerste interview in de reeks Kroongetuigen: Berlinde De Bruyckere. 
Het werk van De Bruyckere was 20 jaar geleden, in 2001, te zien bij de Brakke Grond. Inmiddels is ze een kunstenaar van wereldformaat. We vroegen haar om voor onze jubileumtentoonstelling in 2021 het stokje over te geven en een talent voor te dragen dat haar is opgevallen in het Vlaamse veld. Zo verbinden we ons verleden aan de toekomst. We blikken samen met De Bruyckere terug en vroegen naar haar visie op de toekomst van ons huis.

 

 

"Dat jullie dit veertigjarig jubileum vieren is uniek. Er zijn weinig instellingen die op zo’n niveau zijn blijven draaien en nog altijd ruimte bieden voor jong talent."

Berlinde De Bruyckere

Eind 2001 was je werk te zien in duotentoonstelling Gebroed, samen met dat van kunstenaar Peter Buggenhout. Wat liet je toen, 20 jaar geleden, zien bij de Brakke Grond?

“Mijn tentoonstelling toentertijd was in de theaterzaal van de Brakke Grond. Dit was de eerste keer dat ik zo binnen, in een heel grote zaal mijn werken heb gemaakt. De metalen toren die we toen toonden is buiten op de speelplaats bij ons atelier in Gent in elkaar gezet en gelast. Dit werk borduurde voort op een eerdere presentatie bij het M HKA (Museum Hedendaagse Kunst Antwerpen, red.). Het bestaat uit rekken van staal, een metalen structuur, volgehangen met knuffelbeesten die zijn opgehangen aan linten. 

Tijdens de opbouw in de Brakke Grond gebeurde er iets bijzonders. We hadden ervoor gekozen om de toren uit te lichten met rood licht om een wat unheimische sfeer te creëren. Hierdoor ontstond er een prachtig spel van lineaire schaduwen op de muren en op de grond. Van tevoren waren we van plan om de toren helemaal vol, vol, vol te hangen met knuffeldieren. We hadden er zelfs laten bijmaken, ik denk dat het een volledige vrachtwagen met knuffels was die we vanuit België naar Nederland hadden gehaald. Ter plekke, in de expositieruimte, beseften we dat die veelheid aan knuffels niet nodig was. Dat was echt een spectaculaire en onverwachte realisatie die zich daar voltrok bij de Brakke Grond. We hebben al die knuffelbeesten weer ingepakt en de camion rechtsomkeert laten maken. Na de eerste ontgoocheling besefte ik wat het aanlichten van een sculptuur kan doen. Het goede daaraan was dat ik ontdekte dat de ruimte en het licht onderdeel van het werk zijn; dat de ruimte mee de sokkel is, en nooit slechts een neutrale ruimte. Na dat moment bij de Brakke Grond heb ik dit besef meegenomen en is het een constante gebleven in mijn werk.”

Berlinde De Bruyckere, Aaneen-gegroeid, 2001.
Berlinde De Bruyckere, Aaneen-gegroeid, 2001.

Wat is je van de tentoonstelling bij de Brakke Grond bijgebleven?

“Ik heb hierdoor een heel goede herinnering aan de Brakke Grond. Ik denk dat dit de mooiste versie van de installatie is die ik heb gemaakt door de dramatiek die daar in de theaterzaal van het werk uitging door de belichting die we daar konden inzetten. 

Dit is iets dat ik ook aan beginnende kunstenaars zou willen meegeven. Je moet lef tonen om te breken met het spoor waarmee je succes hebt. Het was heel kostbaar om al die knuffels te laten maken. We hadden ook echt een stevige discussie of het dan wel de juiste beslissing is om ze uiteindelijk niet te gebruiken. Ook als jonge kunstenaar moet je die beslissingen durven nemen, al moet je ervoor vechten en het duizend keer uitleggen. Je moet je plan durven loslaten als bij de opbouw van een tentoonstelling blijkt dat je inschatting verkeerd was.”

En hoe zit dat in het werkproces?

“Hetzelfde geldt als je aan het werk bent, je hebt een plan, een vooropgezet idee. Gaandeweg gaan veel van je ideëen echter opnieuw terug de smeltkroes in. Ik denk dat dat heel belangrijk is, je moet je streven constant bevragen. Iedere dag opnieuw jezelf de vraag stellen: ben ik goed bezig of niet? En als je het even niet weet, laat het liggen. De tijd brengt uiteindelijk altijd een oplossing. 

Veel dingen ontstaan en veranderen bij mij vanuit een gevoel dat niet echt beredeneerd is. Als ik denk aan de werken die ik nu maak, vertrek ik nooit vanuit een schets. Het beeld ontstaat echt vanuit de materialiteit. Wanneer ik ze aan het einde van het proces ophang, kijk ik of ze zeggen wat ik wil zeggen. En of dat zo is, hangt af van het moment van de dag, van mijn gemoed, en zo wordt een werk opgebouwd vanuit een buikgevoel.”

"Ik ontdekte dat ruimte en licht onderdeel van het werk zijn. Na dat moment bij de Brakke Grond heb ik dit besef meegenomen en is het een constante gebleven in mijn werk.”

Berlinde De Bruyckere

Zie je verschil tussen het moment dat je afstudeerde en het kunstklimaat waarin afstuderende kunstenaars nu terechtkomen?

"Toen Peter (Buggenhout, red.) en ik net waren afgestudeerd, hebben we gelijk een oud schooltje gekocht en helemaal opgeknapt. We vroegen andere kunstenaars daar een atelier te huren omdat we op zoek waren naar een dialoog met gelijkgestemden. Dat is wat je nodig hebt als jonge kunstenaar, dat je niet alleen met je eigen, in het begin nog kleine, wereld bezig bent. Maar dat je zo open mogelijk staat en zo gevoelig mogelijk bent voor wat er zich aandient in de maatschappij en voor waar anderen mee bezig zijn. Dat je je eigen werk kunt aftoetsen aan de hand van anderen.
    Ik werkte langzamer dan jonge kunstenaars nu. In het begin maakte ik mijn werken alleen. We hadden zelf de middelen nog niet om professionals in te huren. Na een jaar hard werken had ik nog maar een paar beelden geproduceerd. Als ik iets moest lassen, werd dat een familieaangelegenheid. Mijn schoonvader moest komen om te helpen. Ik merk dat dat vandaag de dag helemaal anders is. Jonge kunstenaars willen niet alles meer zelf doen.
    Het kunstklimaat was ook echt anders toen. Het waren de jaren 80: hoogtijdagen voor pas afgestudeerde kunstenaars. Studenten konden meer de tijd nemen en zichzelf ontdekken. Nu moet je als student al direct jezelf kunnen verkopen en jezelf goed kunnen uitdrukken. Toen ik zo jong was werden we uitgenodigd maar mochten we ook mislukken, daar werd je niet op afgeschoten. Nu worden jonge kunstenaars gelijk opgepikt door grote galeries. Je moet dan een bepaald spoor ook kunnen volhouden. Iedereen verwacht dat van je waardoor het moeilijker is daar dan mee te breken en je open te stellen voor een ander pad in je werk. Terwijl een kunstenaar zich juist iedere dag moet bevragen of diens werk nog sterk en relevant is. Er moet ook ruimte zijn voor periodes waarin je durft te zeggen ‘ik toon dit niet’ of ‘ik wacht’. Hoe langer dat ik bezig ben, hoe gemakkelijker het gaat om te creëren en om die taal verder te ontwikkelen. Dat geeft ongelooflijk veel vertrouwen voor mij. Dan mag er ook wel eens een jaar tussen zitten waarin je bijna niets doet.”

Op wat voor manier zijn culturele instellingen als de Brakke Grond belangrijk voor kunstenaars?

“Toen ik afstudeerde waren er veel kleine initiatieven en openluchttentoonstellingen. Zowel Peter als ik werden al heel gauw opgenomen in dat circuit. En vanuit dat alternatieve circuit volgden al snel de galerieën en museale tentoonstellingen. Ik denk dat daar een groot verschil ligt tussen toen en nu. Voor ons waren er veel toonmomenten. Nu krijgen jonge mensen die goed werk maken toch niet veel mogelijkheden om hun werk te tonen. Als jongeren het nu niet zelf organiseren, of terecht kunnen bij plekken als de Brakke Grond, gebeurt er eigenlijk niet veel.

Het is van belang voor de Brakke Grond zo verder te blijven werken. Open te blijven staan voor jong talent, dit is een van de weinige instellingen die dit al zo lang doet. Voor mij was het de eerste keer dat ik zo’n grote installatie heb kunnen maken. Het is heel belangrijk om dat, in een metropool als Amsterdam, op zo’n schaal te kunnen doen.” 

"Ik denk dat cultuur anders moet worden benaderd. De pandemie heeft bewezen hoe belangrijk en noodzakelijk kunst is voor het mentale welzijn voor mensen. De troost die ze kan bieden."

Berlinde De Bruyckere

Als de musea in Nederland weer open mogen zal je werk te zien zijn in het Bonnefantenmuseum. Op wat voor manier zie je een ontwikkeling in je werk sinds het moment bij de Brakke Grond, in 200

“Er is zoveel van toen dat nog altijd relevant is. Als ik terugdenk aan die grote installatie met de knuffels bij de Brakke Grond en aan de tentoonstelling bij het Bonnefanten nu, zijn er veel elementen in mijn werk gebleven. Zoals bijvoorbeeld de dekens in de muurwerken, de Courtyard Tales, die bij Bonnefanten te zien zullen zijn. De dekens zijn misschien in periodes niet aanwezig geweest in mijn werk, maar altijd weer teruggekeerd. Als ik terugga naar de tentoonstelling bij de Brakke Grond is de materialiteit veranderd: toen gebruikte ik dekens die nog mooi gaaf waren en fris van kleur. Nu laat ik ze helemaal tot op de draad verslijten en vervallen. Ze zijn heel relevant voor wat er aan het gebeuren is in onze maatschappij nu. En als ik terugdenk aan de installatie bij de Brakke Grond was de materialiteit misschien anders, maar ging mijn werk ook al over verval. Ik gebruikte toen die knuffels omdat ik op dat moment nog kleine kinderen had, mijn zoontje speelde daarmee. Zo vond dat ook zijn weg naar mijn werk. Die knuffels waren ook al gehavend: ze misten vaak een oor of een poot of hadden maar een half lijf. En bovenal waren ze weggesmeten: ik heb honderden knuffels verzameld in kringloopwinkels en op rommelmarkten en die bewerkt, verknipt en benaaid met dekens en linten. Zo kregen deze weggeworpen restanten een nieuw leven. Dat is een thema dat nog altijd significant is in mijn werk, ook bijvoorbeeld bij de paardenhuiden die ik gebruik. Dingen die geen waarde hebben en vervallen zijn, ze uitkiezen, labelen en een nieuwe toekomst geven. Van verval naar vernieuwing.” 

 

"Kunst moet wel iets doen: het gaat niet om gewoon er zijn of mooi zijn. Na een museumbezoek moet je rijker geworden zijn als mens.”

Berlinde De Bruyckere

Hoe was het afgelopen jaar voor je?

“Ik heb ongelooflijk hard gewerkt. Op verschillende vlakken. Ik heb mijn atelier gerenoveerd, de deuren waren namelijk eigenlijk te klein voor de monumentale omvang van mijn werk. In een normaal werkjaar zou ik nooit tijd hebben daarvoor. Ook was er de mogelijkheid me voor de volle 100% te concentreren het afgelopen jaar. Ik heb daarvan geleerd dat ik niet terug wil naar hoe het was. Ik heb me voorgenomen mijn agenda beter te gaan beheren. Het vele reizen voor de voorbereiding van tentoonstellingen en de mensen die op atelierbezoek komen onderbreken je werkritme. Je moet dan je atelier opruimen en er moet ook iets te zien zijn. Dat kost veel tijd. 

Ook in mijn werk heeft het veel effect gehad. In 2019 heb ik al eens een poging gedaan om terug te gaan tekenen, thuis in mijn eigen werkkamer, niet op atelier. Maar dat lukte toen niet, het werkte niet. Nu wel, door het vele thuiszijn. Zo ben ik de schaal van het menselijke terug tegengekomen. Mijn werken waren allemaal heel groot, er waren veel mensen nodig in de productie ervan. Ineens werd ik me terug bewust van mijn eigen lichaam en fragiliteit. 

Dit zie je terug in de tentoonstelling Engelenkeel die binnenkort opent in het Bonnefantenmuseum. Arcangelo (2020) toont het beeld van de engel, troostend aan de muur. Al sinds 7 februari zijn de aartsengelen in quarantaine in het Bonnefanten, wachtend om troost te kunnen bieden aan de bezoekers.

In Vlaanderen zijn de musea veel eerder heropend. En je merkt dat ze ze ook allemaal vol zijn, er was geen ticket meer te verkrijgen. Dat duidt dat mensen daar behoefte aan hebben. Ik denk dat in de toekomst cultuur op een ander niveau moet worden benaderd. Het heeft wel bewezen hoe belangrijk en noodzakelijk het is voor het mentale welzijn voor mensen. De troost die de kunst kan bieden.” 

"Het feit dat jullie nog altijd tentoonstellingen maken met beginnende kunstenaars vind ik ongelooflijk fijn."

Berlinde De Bruyckere

Waar is behoefte aan in het kunstenveld op dit moment?

“Ik geloof heel hard in het belang van het samenbrengen van mensen. Ik ben nu zelf bezig met een heel kleine kapel, de Drongenhofkapel in Gent. Daar staat werk van mijzelf, Dirk Braeckman (ook voormalig de Brakke Grond exposant, red.) en Wim Delvoye. Met deze drie kunstenaars hebben we de kapel als het ware bezet, we gaan hem openstellen in mei. Het is geen museum, maar een openbare plek in de stad. Ik denk dat daar veel behoefte aan is, mensen kunnen gewoon even binnenlopen. Ik vind dat iets heel belangrijks, dat je mensen iets kunt laten beleven en ze zichzelf bevragen, wat heb ik gezien en gevoeld? In diezelfde ruimte hebben we gevraagd aan het Collegium Vocale om muziek op te voeren. Dat geheel van samenzitten rond een beeld, en luisteren en kijken brengt een heel nieuwe ervaring. Kunst moet wel iets doen: het gaat niet om gewoon er zijn of mooi zijn. Na een museumbezoek moet je rijker geworden zijn als mens.” 

Wat zou je een instelling als de Brakke Grond willen meegeven voor de komende veertig jaar?

“Het is heel relevant voor Vlaamse kunstenaars om in de metropool Amsterdam te zijn. Het is zo’n venster op de wereld. Daarom vond ik de vraag om iemand voor te dragen met dezelfde goesting, hetzelfde enthousiasme, voor jullie jubileumtentoonstelling ook zo leuk. Het is zo belangrijk dat er nog altijd ruimte is voor jong talent om te exposeren bij de Brakke Grond. Het feit dat jullie nog altijd tentoonstellingen maken met beginnende kunstenaars vind ik ongelooflijk fijn. En dat jullie dit veertigjarig jubileum vieren is uniek. Er zijn weinig instellingen die op zo’n niveau zijn blijven draaien en dat met dezelfde intensiteit blijven doen.
    Iets anders dat belangrijk is, is het opvolgen van een traject. Je maakt dikwijls een tentoonstelling in een instituut waarbij je alles en iedereen ontmoet, voorafgaand aan je tentoonstelling. Als de tentoonstelling dan is afgelopen, hoor je vaak niks meer. Terwijl je jezelf voor 100% geeft. Het is heel belangrijk voor een instelling als de Brakke Grond om de relaties met kunstenaars te blijven onderhouden.”

Info

Naar aanleiding van het veertigjarig jubileum van de Brakke Grond vroeg het Vlaams cultuurhuis aan Berlinde De Bruyckere om een opkomend talent voor te dragen. De Bruyckere geeft het stokje door aan een kunstenaar die haar is opgevallen in het Vlaamse veld: Maxime Brigou (Roeselare, 1992). De solotentoonstelling Ik alleen, heb meer herinneringen is te zien t/m 18 juli 2021.

Meer informatie over Engelenkeel vind je op de website van het Bonnefanten. De Drongenhofkapel is te bezoeken vanaf half mei.

"Voor mij was het de eerste keer dat ik zo’n grote installatie heb kunnen maken. Het is heel belangrijk om dat, in een metropool als Amsterdam, op zo’n schaal te kunnen doen.''

Berlinde De Bruyckere